Landschappen

Landschapscharter

Eind 2001 vertrouwde het Parc naturel du Pays des Collines een expertisemissie toe aan het Instituut voor Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening van de Vrije Universiteit Brussel. Deze opdracht moest argumentatie leveren voor de finale opmaak van een landschapscharter voor het Park.

Het doel van de opdracht was dubbel: een staat opmaken van de landschappen en een filosofie bepalen voor de ontwikkeling van het Park met het oog op het behoud of de wedersamenstelling van de landschappen.

I. Algemene methodologie

Het werk van de landschapsanalyse berustte op drie hoofdetappes:

  • 1. Het afbakenen van de landschapsplekken
    Dat gebeurde door locatieonderzoek op de kaart, in functie van de niveaulijnen, aangevuld met bezoeken op het terrein.


  • 2. De analyse van deze landschapsplekken
    Er werden beelden genomen langs de wegen die het Park doorkruisen, zonder naar de esthetiek te kijken en met het accent op de illustratie van structuurelementen en bijzondere punten in het landschap.
    Alle foto’s, verzameld per landschapsplek, werden geanalyseerd met de Neuraymethode. Voor elk landschapsdeel werden vier soorten elementen geïnventariseerd:

    • De structuurelementen (vb: rijen knotwilgen, de beekoeverbegroeiing, reeksen van weiden in valleien, landbouwgebouwen, geïsoleerde vierkantshoeves…)
    • De bijzondere punten (vb: beboste heuveltoppen, klokkentorens, rijen knotwilgen, gehuchten op een hoogte, landbouwexploitaties…)
    • De storende elementen (vb: autosnelweg, elektriciteitsnet, pylonen van de HST, populierenbossen langs heuvelflanken…)
    • De matigende elementen, die helpen bij de integratie van de storende elementen (vb: autosnelweg in een tunnel, verspreide bomen die rijen gebouwen verdoezelen, struiken aan de voet van pylonen…)


  • 3. De identificatie van de landschapsentiteiten, waarbij de landschappelijke kenmerken van het Park worden weerspiegeld
    Ze gebeurde op basis van de voorafgaande elementen en op de analyse van de fundamentele kenmerken van het gebied.
    De landschapsentiteiten zijn zones waarin de samenstelling en de structuur van het landschap gemeenschappelijk zijn.



II. De landschapsplekken

Een landschapsplek wordt gedefinieerd als een deel van het grondgebied dat beperkt is door het reliëf of door bepaalde elementen en waarbinnen, in principe, alle punten wederzijds zichtbaar zijn.
De identificatie van deze elementen (rij knotwilgen, vierkantshoeve, weiden in valleien…) die de specificiteit van de verschillende landschapsdelen van het Pays des Collines vormen, laat toe ze beter te beschermen en ze te valoriseren op die plaatsen waar ze bijdragen aan een reële landschapscohesie.
De kenmerken van de landschapsplekken zijn de volgende:

A. De structuurelementen

Ze helpen bij de perceptie van de situering onderling en tegenover de open ruimtes.

  • De typische plattelandswoning van le Tournaisis
    De belangrijkste kenmerken van de typisch landelijke woning zijn hoofdzakelijk: de proportie van de gevels (een enkel niveau) en de kleur (baksteen of wit), de helling van het dak (45°) en de kleur (natuurlijke dakpannen), de verhouding hoogte op breedte van de openslaande raamvleugels (>1), de positie van de schouw (op de nok van het dak) en een algemene soberheid (geen dakvensters, geen afwijking in de helling van de daken…).
  • Beboste heuveltoppen
    Ze benadrukken het heuvelachtige reliëf.
  • De dorpsringen
    Ze zijn de uiting van de interventie van de gemeenschap in het landschap en tonen de landelijke ontwikkeling rond de dorpscentra.
  • De beekoeverbegroeiing
    Ze bestaan uit verschillende soorten grote bomen en struiken die spontaan groeien langs de beken en hun bochtige loop volgen.
  • De weiden in de valleien
    Het zijn vochtige gronden die zich minder lenen voor landbouw. Ze dragen bij tot de reliëfperceptie doordat ze de laagste punten en de beekoevers markeren.
  • De vierkantshoeves
    Ze zijn tegelijk getuigen van het verleden en een aanwijzing naar aanwezigheid van de beheerder van het landbouwlandschap.
  • De meer recente landbouwgebouwen
    Ze hebben dezelfde functie als de vierkantshoeves maar zijn geen getuigen uit het verleden.
  • De grote percelen
    Ze leggen de nadruk op de effenheid van de bodem.

B. De bijzondere punten

De bijzondere punten zijn landschapselementen die minstens een van de volgende kenmerken hebben die hen onderscheiden in het landschap: een grote afmeting, een ongewone of gemakkelijk identificeerbare vorm, een uit de toon vallende kleur, een locatie die de aanwezigheid accentueert.

Sommige kunnen beschouwd worden als structuurelementen:

  • Populierenbossen
    Het zijn doorgaans indrukwekkende en geïsoleerde elementen in het landschap.
  • De beekoeverbegroeiing
    Het kunnen indrukwekkende elementen zijn in het landschap wanneer ze bestaan uit hoge en volwassen bomen.
  • De beboste heuveltoppen
    Ze dringen zich op in het landschap dankzij hun dominante positie en hun omvang.
  • De landbouwexploitaties (recente)
    Ze dringen zich op in het landschap door hun omvang en de gebruikte bouwmaterialen en verder door de soms kleurrijke machines en voorraden die in de omgeving te zien zijn.

Andere bijzondere punten worden nooit beschouwd als structuurelementen. In bepaalde gevallen maken ze deel uit van de identiteit van het landschap en hebben ze een positieve impact impact op de perceptie (klokkentorens, hoger gelegen gehuchten). In andere gevallen zijn ze duidelijk geïdentificeerd als elementen met een negatieve impact op de perceptie (pylonen van hoogspanningslijnen, autosnelwegen, stadsranden, industriezones, watertorens en telecommunicatiemasten).

C. De storende elementen

Ze veroorzaken een meer onduidelijke aantasting van het landschap.

  • De uiteenlopende stedenbouw
    Vertaalt zich in het landschap door de aanwezigheid van woningen in diverse stijlen, in allerlei kleuren en met ongewone afmetingen (zwarte daken op het platteland, fletse gevels, grote raamlijsten).
  • Slecht geïntegreerde loodsen
    Het zijn recente constructies rond bestaande boerderijen. Ze vallen uit de toon door de kleur van hun daken, de textuur en de kleur van de muren zijn vaak onzorgvuldig gekozen. Bovendien is de onmiddellijke omgeving van de boerderij niet beplant zoadat de architecturale wanorde extra duidelijk wordt.
  • De elektriciteitsleidingen
    De betonnen palen en hun plaatsing vallen uit de toon in de velden en dragen bij tot de aantasting van het landschap.
  • De populierenbossen op de heuvelflanken of boven de valleien
    Ze vertekenen het landschap op twee manieren. Ze vormen een efficiënt scherm dat het uitzicht belemmert op de valleien en ze vervlakken het reliëf doordat de toppen van de (hoge) populieren horizontaal komen te liggen met de toppen van lagere bomen op de heuvel.

D. De matigende elementen

Ze verzachten het effect van de storende elementen door hun integratie te bevorderen.

  • De verspreide bomen
    Ze verdoezelen de lijnen van de gebouwen en helpen zo met de integratie in het landelijke gebied, zelfs al is het gebouw van slechte kwaliteit.
  • De populierenbossen in de buurt van industriezones
    Ze hebben een rol als scherm en zorgen ervoor dat de industriezone het landschap niet al te veel ontsiert.
  • De kleine aanplantingen van populieren
    Deze die verrijzen tussen uitgestrekte akkergronden zorgen voor een grotere variatie en meer kleur in het landschap.
  • De bomen langs de rijkswegen
    De bomen langs de rechte wegen die het Park doorkruisen onttrekken artificiële en soms lelijke elementen aan het zicht.
  • De struiken aan de voet van de pylonen
    Ze verminderen het ongunstige en geometrische effect en zorgen ervoor dat de palen minder hoog lijken.

III. De landschapsentiteiten

De landschapsentiteiten zijn zones waarin de samenstelling en de structuur van het landschap gemeenschappelijk zijn. Ze worden gedefinieerd op basis van de elementen van de landschapsplekken en op de analyse van de fundamentele kenmerken van het gebied.
In het landschap van het Parc naturel du Pays des Collines werden zeven verschillende landschapsentiteiten gedefinieerd.

A. De landschapsentiteit van de beboste heuvels

Ze bevat de grote bosmassieven die een aaneengesloten geheel vormen en boven de hoogtelijn van 80 m liggen. Ze bestaan vooral uit loofbomen (beuk en eik). De grenzen zijn bepaald, hetzij door de hoogtegrens van 80 m, hetzij door de bosrand wanneer het bos lager afdaalt. Langs de rand van het bos bevinden zich doorgaans weiden of woningen.

B. De landschapsentiteit van de versnipperde heuvels

Ze wordt begrensd door de hoogtelijn van 80 m en door de randen van aanpalende landschapsentiteiten van beboste heuvels.
Deze zones zijn vaak vrij uitgestrekt en bestaan uit:

  • bosmassieven (populieren, vooral langs de flanken en in de valleien)
  • weiden die te steil zijn om te bewerken en erosieproblemen zouden geven
  • bewerkte gronden onderaan de hellingen en op de heuveltoppen

De woonvorm bestaat er uit zeer kleine gehuchten of kleine geïsoleerde boerderijen.

C. De landbouw-landschapsentiteit

Ze vloeit voort uit het reliëf van het Pays des Collines.
De percelen zijn sterk versnipperd. Akkerland paalt er aan opeenvolgende weiden in de valleien en aan natuurlijke lineaire elementen zoals de oeverbegroeiing van de talrijke beken die samen naar het dal vloeien, levende hagen en rijen knotwilgen.

De woonvorm is landelijk. Er staan tal van vierkantshoeves en meer bescheiden landbouwexploitaties. Toch wordt het landschap soms ontsierd door linten met neolandelijke woningen, die men (te) vaak terugvindt op de heuvelruggen.

D. De versnipperde landbouw-landschapsentiteit

Het reliëf is er minder uitgesproken dan in vorige entiteit, maar de grond wordt er op ongeveer dezelfde manier bewerkt.
De bodem is over het algemeen vrij vochtig. Men vindt er beekoeverbegroeiing, levende hagen en rijen knotwilgen langs afwateringsgrachten en opeenvolgende weiden in de valleien.
De perceelverdeling is complex maar wordt gekenmerkt door meer voorkomende grote culturen vanwege de minder sterke hellingen.
Men ziet er veel vierkantshoeves en meer bescheiden landbouwexploitaties. De woonvorm is landelijk maar wordt min of meer ontsierd door linten neolandelijke woningen.

E. De landschapsentiteit van de Aanslibbingsvlakte

Dit is een entiteit die verschilt van de overige vlaktelandschappen. De overvloed van natuurlijke elementen gepaard aan de vochtige valleien maakt de specificiteit uit.
Het landschap wordt getekend door de overvloed van weiden in de valleien en de beekoeverbegroeiing. Middelgrote populierenbossen verdelen het uitgestrekte akkerland en zorgen voor meer variatie in het landschap.
De urbanisatie in deze entiteit kenmerkt zich door de aanwezigheid van kleine stadjes en dorpen langs de belangrijkste waterwegen. De aantasting van het landschap door verspreide woningen valt op vanwege het vlakke reliëf.

F. De open landbouw-landschapsentiteit

Deze entiteit komt overeen met het bekken van de Rhosnes, stroomafwaarts van Frasnes, zonder de vochtige valleien.
Hier vindt men uitgestrekt akkerland en ook grote percelen.
Vierkantshoeves en andere landbouwexploitaties zijn talrijk en de landbouwer is hier prominent aanwezig. De boerderijen zijn vaak vergezeld van landelijke woonvormen die min of meer ontsierd worden door linten met recente woningen.

G. De stadslandschapsentiteit

Ze komt overeen met de dorpen die uitgestrooid liggen op het platteland.
Deze entiteit kenmerkt zich door de regelmatige bewoning. Het landschap wordt het meest beïnvloed door de dorpskringen.
Over het algemeen worden de dorpen gekenmerkt door de aanwezigheid van huizen met bijgebouwen voor het uitoefenen van ambachten, stallingen, droogplaatsen, groentetuinen en boomgaarden
.